Ontwikkelingsstimulatie: 3 praktijkvoorbeelden

Voorbeeld 1

Bert is een goedlachse baby van 9 maanden. Hij lacht veel en grijpt naar allerlei voorwerpen, speelt veel met de handjes. Hij kan echter nog niet helemaal zelfstandig zitten. Omrollen doet hij maar heel af en toe. Als hij op zijn buikje moet liggen, weent hij de hele tijd. Mama vindt dat het toch allemaal trager gaat dan het bij grote zus ging en maakt zich wat zorgen. De huisdokter heeft 9 sessies kinesitherapie voorgeschreven om de motorische ontwikkeling te stimuleren. Na die 9 sessies zal beslist worden of verder onderzoek naar eventuele oorzaken nodig is… en of verdere kinesitherapeutische begeleiding wenselijk is.

Voorbeeld 2

Luna is een baby van 4 maanden oud. Wat opvalt is dat Luna steeds haar hoofdje naar rechts draait en vrijwel nooit naar links. Aan de vorm van haar achterhoofdje zien we reeds een asymmetrie opduiken door steeds op dezelfde kant te liggen. Na uitsluiting van enkele medisch te behandelen onderliggende oorzaken, heeft de kinderarts Luna doorverwezen voor 9 sessies kinesitherapie. De kinesitherapeut mobiliseert Luna’s hoofdje en nekspiertjes en stimuleert Luna om ook actief het hoofdje naar links te draaien. Mama en papa krijgen ook tips om Luna in dagelijkse situaties te stimuleren het hoofdje naar links te draaien. Na 9 behandelingen gaat Luna terug bij de kinderarts voor evaluatie en de bespreking van eventueel verdere stappen.

Voorbeeld 3

Zara is een meisje van 18 maanden. Ze was nogal laat met zelfstandig zitten, en ze stapt nu ook nog niet. Papa vertelt dat ze in vergelijking met haar oudere broertje algemeen ook minder actief is en minder snel zelf op verkenning uitgaat. Ze laat zich graag bedienen. De kinderarts ziet voorlopig geen reden tot paniek, maar stelt wel enkele kinesessies voor om haar wat meer bewegingservaring te geven.